HET EGO, ofwel mijn denkbeeldige ik, die ik zo graag koester en het einde vind, heeft me volledig in de ban. Reeds vanaf je eerste dagen op deze aardbol leer jezelf aan, en word je aangeleerd dat “wie” je bent zowat het belangrijkste is in deze wereld. Je moet iemand zijn, je plaats verdienen, en dit resulteert heel vlug in, aan de ene kant aanpassingstechnieken van je persoontje, aan de andere kant in aanvals- en verdedigingstechnieken. Je bouwt een ego op en je vereenzelvigt je daarmee, dat ben je. Aanpassen, aanvallen en verdedigen kun je enkel met je lichaam, je brein inclusief. Dus je wordt je ego, je lichaam en je verstand. Het is dan ook heel logisch dat de anderen vijanden worden, ook al wil je dit niet zo stellen want je bent een vredelievend mens, denk je.
De verschuiving van “wat je bent” (kind van God) naar “wie je bent” (je ego, je zelf gemaakte persoontje) gebeurt onopmerkelijk, heel onschuldig, maar het is wel fout. Zonder je het weet zit je in de afscheiding, je bekijkt je totaal los van de andere en wil je plaats met hand en tand vasthouden, zoniet verbeteren. Hier sluipt dan ook een al dan niet vaag schuldgevoel binnen want in je binnenste weet je dat er iets onwaar aan de gang is. Je voelt je wat schuldig, je maakt fouten die je dan wel weer wilt verbeteren, je wordt rechter van je eigen ik, en eigenlijk bouw je een reëel schuldgevoel op die ook aan de basis zal gaan liggen van de angst, angst voor verlies, angst voor het lichaam, angst voor de dood, angst voor de rechter: God.
Je leeft in het duister van schuld en angst, en daar moet licht binnenkomen: je ware ik, het kind van God. Als ik afstand neem van mijn ego, mijn ego geen macht meer toeken, en ik neem de andere waar over zijn ego heen, dan is er geen afstand meer tussen mijn “ik” en de “ik” van de andere en weet ik dat we beiden één en dezelfde identiteit zijn, dan zie ik geen verschil of afgescheidenheid meer, dan is aanval of verdediging zinloos geworden. Dan zijn we niet identiek aan elkaar, maar wel helemaal één in één en dezelfde identiteit, wat de identiteit van de liefde is: de eenheid tussen Vader en Zoon, tussen God en “ik”.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten