M’n hele leven heb ik schrik gehad… Van meneer Pastoor, van God, van mijn ouders, van mezelf… Er waren zoveel regels, geboden en verboden, dat ik eigenlijk gek werd. Nu ben ik gek, op m’n gemak, ik veeg mijn voeten aan alle denkwerk, iedereen kan de boom in, maar ‘t heeft veel moeite gekost.
Ik zette alles op een rijtje : van wie of van wat moet ik schrik hebben ? Ik geloof, ben een kind van God, wie kan er mij dat afnemen ? Niemand, vanwaar dan die schrik ? Toch niet van God ? Ik heb een lichaam, mag dit volledig bekijken, het is van mij ! Doe ik dan doodzonde tegenover een God die houdt van mij ? Mag ik houden van, of, is liefde een verbod ? Waar is dan God ? Als ik mezelf bevredig, maar ook God verdedig, wie kan mij dan de hel in prijzen ? Een kerk die zichzelf bevredigt onder de mom van alles te weten ? Ze heeft mij vergruisd, voor de hemel ben ik gebuisd, maar er bestaat geen hel voor mij, ik wil wel vuur, maar niet de kerk erbij ! Ik denk aan Vangheluwe, de paus, de bisschoppen, en geen enkele haalt het van mij !
Geen opmerkingen:
Een reactie posten